Je kent niemand. Echt niemand. Je loopt een gebouw in, iedereen lijkt al groepjes te hebben gevormd, en jij staat daar met je rugzak en een gezicht van “ik doe net alsof ik mijn telefoon check terwijl ik eigenlijk gewoon niet weet waar ik moet staan.” Herkenbaar?
Goed nieuws: dit is de meest normale situatie die er bestaat in de eerste week. Iedereen voelt dit. Zelfs die ene persoon die er superontspannen uitziet en al met vier mensen staat te lachen, heeft vanmorgen nog tegen zichzelf gezegd dat dit spannend is. De eerste week is gewoon onwennig, en dat is oké. Maar er zijn dingen die je kunt doen om die onwennigheid sneller te laten zakken. Daar gaat deze post over.
Waarom iedereen zich onzekerder voelt dan ze laten zien
Laten we eerlijk zijn: de eerste week is een soort sociaal theater. Iedereen speelt een beetje een rol. Je wilt een goede indruk maken, je wilt erbij horen, en je wilt zeker niet de enige zijn die er verloren bij staat. Maar precies dát gevoel hebben de meeste mensen om je heen ook.
Wat er in die eerste dagen gebeurt, is dat mensen snel groepjes vormen omdat dat veilig voelt. Je klikt aan bij iemand die ook alleen staat, je praat een minuut, en opeens loop je de rest van de dag samen. Dat voelt misschien oppervlakkig, maar zo werkt het nu eenmaal in het begin. Die eerste connecties zijn niet per se je beste vrienden voor het leven, maar ze zijn wel je anker voor die eerste week.
Wat ik na drie jaar begeleiden weet: de studenten die ik achteraf het meest zag opbloeien, waren niet de luidste of de meest extraverte in week één. Het waren vaak de mensen die gewoon bleven proberen. Die elke dag opnieuw opstonden en zeiden: ik ga er weer in. Dat klinkt misschien makkelijker dan het is, maar het principe werkt.
- Je hoeft niet meteen je beste zelf te zijn
- Je hoeft niet meteen je beste vrienden te vinden
- Je hoeft alleen maar aanwezig te zijn en open te blijven
Dat is letterlijk alles wat de eerste week van je vraagt.
Wat je concreet kunt doen als je je buitenstaander voelt
Oké, theorie is mooi, maar wat doe je nou echt als je daar staat en je voelt je compleet onzichtbaar? Hier zijn dingen die ik studenten heb zien doen die écht werkten.
Stel de stomste vragen. Klinkt raar, maar het werkt. “Weet jij hoe de app werkt?” of “Ben jij ook zo in de war van het rooster?” zijn perfecte gespreksstarters. Je vraagt iets, de ander helpt je, en opeens heb je een gesprek. Het is geen raket wetenschap, maar het werkt omdat het drempelvrij is. Je vraagt iets praktisch, niet iets persoonlijks.
Ga ergens vroeg naartoe. Als je als een van de eersten aankomt bij een introductieactiviteit, ben jij degene die anderen ziet binnenkomen. Dan heb jij de keuze om iemand aan te spreken, in plaats van dat jij degene bent die een al gevormde groep probeert in te stappen. Dat is een klein voordeel, maar het maakt echt verschil.
Zoek de andere eenlingen. Kijk eens rond. Wie staat er ook alleen? Wie checkt ook zijn telefoon zonder echt iets te checken? Die persoon is waarschijnlijk net zo blij als jij als er iemand naast ze gaat staan. Jullie zijn elkaars reddingslijn, ook al weten jullie dat nog niet.
Zeg gewoon je naam. Ik weet het, het klinkt simpel tot het punt van belachelijk. Maar je zou verbaasd zijn hoeveel mensen gewoon naast elkaar staan zonder dat er ooit iemand zichzelf voorstelt. Doe het gewoon. “Hé, ik ben [naam], ben jij ook eerstejaars?” Dat is genoeg. Echt.
En dan nog iets wat ik je wil meegeven: als een gesprek na twee minuten doodloopt, is dat geen mislukking. Dat is gewoon hoe gesprekken soms gaan. Probeer het gewoon opnieuw met iemand anders. De eerste week is een oefenweek, ook sociaal gezien.
Introductieactiviteiten: doe je mee, ook als je er geen zin in hebt?
Hier krijg ik elk jaar dezelfde vraag over. “Moet ik echt naar al die activiteiten?” En mijn eerlijke antwoord is: nee, je moet niets. Maar ja, het helpt enorm als je gaat.
Introductieactiviteiten zijn niet per se geweldig van zichzelf. Sommige zijn een beetje ongemakkelijk, sommige zijn druk, en sommige zijn gewoon niet jouw ding. Dat snap ik. Maar de functie van die activiteiten is niet dat ze op zichzelf leuk zijn. De functie is dat ze je een reden geven om naast iemand te staan. En dat is goud waard in de eerste week.
Denk er zo over na: als jij en ik allebei een quiz moeten doen over de stad, dan hebben we iets om over te praten. We kunnen lachen om een fout antwoord, we kunnen samen overleggen, we kunnen daarna zeggen “dat was toch wel grappig.” Dat is de basis van een connectie. Niet een diep gesprek over je dromen en angsten, maar gewoon een gedeelde ervaring.
Wat ik aanraad:
- Ga naar de eerste activiteiten, ook als je moe bent of twijfelt
- Zet je telefoon weg als je er bent, anders mis je de kansen die er zijn
- Als iets echt niet jouw ding is, geef jezelf dan toestemming om na een uur te gaan — maar ga wel eerst
- Kijk of er kleinere activiteiten zijn naast de grote groepsevents, want die zijn vaak makkelijker om mensen te leren kennen
En als je echt een activiteit hebt gemist omdat je thuis zat of gewoon niet kon, ga dan niet in de modus van “nu heb ik de boot gemist.” Er zijn altijd nieuwe kansen. De eerste week is lang genoeg om meerdere momenten te hebben.
Eén ding wil ik er ook bij zeggen: je hoeft niet overal ja op te zeggen om erbij te horen. Er is een verschil tussen jezelf uitstrekken buiten je comfortzone en jezelf verliezen in wat anderen van je verwachten. Wees aanwezig, maar blijf ook gewoon jezelf.
Wat als het na de eerste week nog steeds niet klikt?
Oké, dit is het deel waar ik eerlijk met je wil zijn. Soms klikt het gewoon niet in week één. En soms zelfs niet in week twee of drie. En dat is verdrietig en dat mag verdrietig voelen, maar het betekent niet dat het nooit gaat klikken.
Het studentenleven heeft een ritme, en dat ritme begint pas echt op gang te komen als de lessen starten, als je je medestudenten vaker ziet, als je samen op een project werkt of in dezelfde werkgroep zit. De introductieperiode is een vliegende start, maar het is niet het enige moment waarop je vrienden kunt maken.
Wat ik studenten aanraad die na de eerste weken nog steeds zoeken:
Sluit je aan bij een studievereniging of activiteitenclub. Dit is misschien wel het beste advies dat ik je kan geven. Niet omdat het automatisch vrienden oplevert, maar omdat het je terugkerende contactmomenten geeft met dezelfde mensen. En herhaling is de basis van vriendschap. Je ziet iemand een keer, twee keer, drie keer, en opeens is die persoon vertrouwd. Dat werkt.
Ga naar de koffiecorner of de kantine, ook als je alleen bent. Ik weet dat dit misschien het meest ongemakkelijke advies is, maar studenten die ik zie zitten in gemeenschappelijke ruimtes, ook als ze alleen zijn, worden vaker aangesproken dan studenten die direct naar huis gaan. Aanwezig zijn werkt.
Praat met je mentor of studieloopbaanbegeleider. Als je echt het gevoel hebt dat je nergens aansluiting vindt en het begint je te beïnvloeden, schaam je dan niet om dat aan te geven. Dit is precies waarvoor die mensen er zijn. Ze hebben dit vaker gehoord dan je denkt.
Geef het tijd. Ik weet dat dit het minst bevredigende advies is, maar het is ook het meest eerlijke. Vriendschappen die ik nu heb met mensen die ik in mijn eerste jaar tegenkwam, zijn niet ontstaan in week één. Ze zijn ontstaan door maanden van samen studeren, samen klagen over deadlines, samen koffie halen. Dat kost tijd.
En dan nog één ding, en dit meen ik echt: als je je eenzaam voelt, ben je niet de enige. Dat gevoel is zo normaal dat het bijna universeel is in het eerste jaar. Maar het voelt heel erg alsof jij de enige bent, want niemand loopt ermee te koop. Mensen laten op sociale media zien hoe gezellig het is, niet hoe onzeker ze zich voelen. Vergelijk jezelf niet met wat je online ziet van anderen.
Jij bent hier. Je bent begonnen. Je probeert het. Dat is al meer dan genoeg voor nu.
Leave a Reply